Verouderde browser

Met een verouderde browser kun je onze website helaas niet meer (goed) gebruiken.

Ik snap het
Menu
nieuws

Inkijkje werkspoor A16

Van iedereen een beetje een verkeerskundige maken, dat is waar Joop Roland, projectmanager bij Rijkswaterstaat zich onder andere voor inzet als werkspoortrekker. Hij staat aan de leiding van het werkspoor A16 Van Brienenoordcorridor en onderliggend wegennet (OWN). In dit artikel vertellen we je wat dit werkspoor precies inhoudt en waar het toe leidt.

De MIRT-verkenning Oeververbindingen is onderverdeeld in drie werksporen, waarvan die van de A16/OWN er één is. Doel van dit werkspoor is het verminderen van de fileproblemen op de Van Brienenoordcorridor. Roland: “Dat doen we door het bedenken van combinaties van maatregelen in het gebied van de A16 en de Van Brienenoordcorridor, maar ook op de A15 vanaf het knooppunt Ridderster tot aan het Vaanplein.”

Uit de pré-verkenning is gebleken dat op de A16, maar ook in de hoek van de A15 filekiemen aanwezig zijn. Een filekiem is een stuk weg met een grotere kans op het ontstaan van een file. Dat kan bijvoorbeeld komen door een bocht, een weefvak waar auto’s veel van rijstrook wisselen of door te weinig rijstroken. “Daarom is het belangrijk om de A16 én een stukje A15 in het onderzoek mee te nemen.”

Onderliggend wegennet
Het werkspoor onderzoekt niet alleen de Van Brienenoordcorridor, maar ook het verband met het ‘onderliggend wegennet’. Wat wordt daar eigenlijk mee bedoeld? “Het Rijk beschouwt het onderliggend wegennet als alle wegen die niet in het bezit zijn van het Rijk. In dit werkspoor zijn dat de stedelijke wegen én de eventuele nieuwe oeververbinding, dus de brug of tunnel over of onder de Nieuwe Maas,” vertelt Roland.

Om dit te begrijpen moeten we eerst het doel van het werkspoor toelichten. Dat is namelijk het vinden van maatregelen die de verkeersknelpunten op de A16 rondom de Van Brienenoordcorridor zoveel mogelijk verminderen. Roland: “Het verminderen van de knelpunten op de A16 en de Ring van Rotterdam, die vaak tot files leiden, zou ook tot betere doorstroming in de stad kunnen leiden. Daarom is het belangrijk om niet alleen onderzoek te doen naar de A16 Van Brienenoordcorridor, maar ook naar de effecten die de maatregelen hebben op het onderliggend wegennet.”

De Van Brienenoordbrug

Ervaringen uit de praktijk
In het werkspoor wordt theoretisch onderzoek, uitgevoerd door Royal Haskoning DHV, gecombineerd met praktijkervaring. “Door het verkeerskundig onderzoek te combineren met ervaringen uit de dagelijkse praktijk, willen we tot de beste combinaties van maatregelen komen. Die maatregelen moeten ervoor zorgen dat de verkeersproblemen verminderen.”
Daarom vindt er tegelijkertijd een intensief participatieproces plaats, onder leiding van Bureau BGSV. “Dit is een ontzettend belangrijk onderdeel van het werkspoor. Tijdens de bijeenkomsten, die we werktafels noemen, vragen we omwonenden, gebruikers en belangengroepen naar hun ervaringen en ideeën. In drie werktafels formuleren we het probleem en bedenken we maatregelen. In de laatste werktafel maken we een selectie van de maatregelen, die de beste combinaties vormen.”

Interactie
Roland hoopt op veel interactie en openheid tijdens het participatieproces. “Het zou fantastisch zijn als de groep er samen uitkomt en uiteindelijk zegt ‘Wij vinden dat dit de beste combinatie aan maatregelen is.’ Ik hoop dat we zo goed kunnen samenwerken dat er vrijheid is om creatief te denken en respect is voor elkaar. En dat we leren, maar ook foutjes kunnen maken en ergens op terug kunnen komen. Want dat maakt de uitkomst alleen maar beter.”

Waar Roland naar uitziet is het direct toepassen van goede ideeën: “Royal Haskoning DHV is bezig met een soort pocket verkeersmodel dat we tijdens de bijeenkomsten kunnen aanpassen. Zo krijgen we binnen een paar minuten inzicht in de effecten van een voorgestelde maatregel. Denk bijvoorbeeld aan het koppelen van de aansluiting Feijenoord aan de A16, maar niet met de A15. Door steeds andere ideeën uit te proberen, krijg je het beste inzicht.”

De conclusie uit de werktafels wordt voorgelegd aan de besluitnemers. Vervolgens besluiten zij welke kansrijke oplossingen verder onderzocht worden in de Verkenning. Dezelfde deelnemers zullen bij het verdere onderzoek betrokken worden.

Spannend resultaat

Wat het resultaat wordt, dat is voor Roland nog een groot vraagteken. “Spannend dus! Waar ik op hoop is dat we een combinatie aan maatregelen vinden waarmee de kans op files duidelijk minder wordt. Dat zal heel de regio helpen, want de A16 Van Brienenoordcorridor heeft een grote impact op de doorstroom in heel Rotterdam én de regio.”

X