Menu

MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit

periode 2008 – 2011

toelichting

In de MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit (2008-2011) zijn de bereikbaarheidsproblemen in de regio Rotterdam in de periode 2020-2040 onderzocht. Deze verkenning resulteerde in 2009 allereerst in een ‘Masterplan Rotterdam Vooruit’; een visie op de ontwikkeling van de Rotterdamse regio in de periode 2020 – 2040. In deze visie is de opgave voor de bereikbaarheid afgestemd op de ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen in de regio. Op basis van het Masterplan is in de periode 2010-2011 een aantal vraagstukken met hoge prioriteit nader uitgewerkt in deelverkenningen. Zoals naar verbetering van de kwaliteit van het OV op Rotterdam Zuid en doorstroming van het verkeer op de Van Brienenoord- en Algeracorridor.

MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag

periode 2016 - 2017

toelichting

In 2013 bleek uit een onderzoek van het Rijk (NCMA) dat er in de periode tot 2028 bereikbaarheidsknelpunten zouden ontstaan in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Concreet gaat het om de A13-A16 en de A4 en het stedelijk OV van Rotterdam en Den Haag.

Daarop volgde het MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag. Hierin is onderzocht hoe de knelpunten voor de bereikbaarheid over de weg en in het OV kunnen worden opgelost. En hoe maatregelen bij kunnen dragen aan:
• het versterken van de ruimtelijk-economische structuur
• een aantrekkelijke leefomgeving
• vergroten kansen voor mensen
• vergroten aantrekkelijkheid vervoerssysteem.
Uit dit MIRT-onderzoek, opgeleverd in 2017, is o.a. gebleken dat een uitbreiding van de (capaciteit van) oeververbindingen essentieel is.

Pre-verkenning Oeververbinding Regio Rotterdam

periode 2018

toelichting

In december 2017 spreken Rijk en regio af om in het eerste kwartaal van 2018 opnieuw bestuurlijk overleg te voeren over een MIRT-verkenning Oeververbindingen Regio Rotterdam. Afgesproken wordt om een pre-verkenningsfase te starten.

Op 15 maart 2018 hebben Rijk en regio het plan van aanpak van de pre-verkenning Oeververbindingen Regio Rotterdam vastgesteld. De doelstelling van de pre-verkenning is o.a.:
• het bepalen van de scope van de MIRT-verkenning
• helderheid krijgen over de financiering
Om met deze inzichten in het najaar van 2018 een startbeslissing voor een MIRT-verkenning te kunnen nemen.

Op 21 november 2018 spreken Rijk en regio af om gezamenlijk een MIRT-verkenning te starten. In de resultatennota zijn de hoofdlijnen van de verrichte onderzoeken samengevat. Verder spreken Rijk en regio af aanvullend onderzoek te doen om tot een eenduidige bestuurlijke voorkeur te komen voor het zoekgebied van de oeververbinding en andere maatregelen ter bevordering van de regionale bereikbaarheid.

MIRT-verkenning Oeververbinding Regio Rotterdam

periode: 2019

toelichting

In de periode november 2018 tot en met juli 2019 is aanvullend onderzoek gedaan naar:
• Maatregelen voor het knelpunt Algeracorridor;
• Maatregelen voor knelpunten op de A16, tussen Van Brienenoordbrug en knooppunt Ridderkerk;
• De effecten van het Gebiedsbod van de gemeenten Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard, in samenwerking met de provincie Zuid-Holland.
In deze periode zijn diverse informatieavonden en ateliers in de regio georganiseerd om bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden te betrekken bij de plannen.

Tijdens de Programmaraad op 16 juli 2019 hebben Rijk en regio een voorwaardelijk besluit genomen om een onderzoek naar een pakket aan maatregelen dat de bereikbaarheid van de regio Rotterdam moet verbeteren. Het pakket aan maatregelen dat verder wordt onderzocht en uitgewerkt bestaat uit:
a. een nieuwe multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord in Rotterdam;
b. maatregelen om de capaciteit en doorstroming op de Algeracorridor op te waarderen;
c. een treinstation Stadionpark;
d. een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding tussen Zuidplein en Kralingse Zoom;
e. een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding tussen Zuidplein en Rotterdam Centraal via de Maastunnel;
f. maatregelen op de A16, waaronder het weefvak in de A16 ten zuiden van de Van Brienenoordbrug tussen het Knooppunt Terbregseplein en het Knooppunt Ridderkerk.

toelichting vervolg 2019

In de tweede helft van 2019 werken Rijk en regio samen aan documentatie om een Startbeslissing te kunnen nemen.

De MIRT-verkenning kent nog drie fasen in de periode 2019 - 2021

de exacte planning is nog niet bekend

toelichting analytische fase

In de analytische fase worden oplossingsrichtingen ontwikkeld. Deze worden globaal en kwalitatief beoordeeld op hun gevolgen. Dat zorgt ervoor dat bestuurders met elkaar een keuze voor de meest kansrijke maatregelen en oplossingsrichtingen kunnen maken. Dit wordt ook wel de 1e zeef genoemd.

te verwachten resultaat

toelichting beoordelingsfase

In de beoordelingsfase worden meest kansrijke maatregelen en oplossingsrichtingen uit de vorige fase verder uitgewerkt. Ook volgt een beoordeling om te komen tot een selectie van één voorkeursalternatief. Dit noemen we de 2e zeef.
Voor de beoordeling maken wordt gebruik gemaakt van o.a. een Milieu-effecten Rapportage (MER) en een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA).

toelichting besluitvormingsfase

Tijdens de besluitvormingsfase wordt het gekozen voorkeursalternatief uit de beoordelingsfase voorgelegd aan de bestuurders. De afspraken over het vervolgproces, de uitvoeringsstrategie, worden neergelegd in een bestuursovereenkomst met de betrokken overheidspartijen.
Bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden kunnen formeel hun zienswijzen indienen op de ontwerpvoorkeursbeslissing.

te verwachten resultaat

Planuitwerking

periode: 2021 - 2023

toelichting

In de planuitwerking werken Rijk en regio het voorkeursalternatief zo concreet mogelijk uit. Zo kijken we hoe het voorgenomen (deel)project of projecten wettelijk en financieel mogelijk kunnen worden gemaakt. De Planuitwerking wordt afgerond met een Projectbeslissing.

te verwachten resultaat

Realisatie

periode: 2023 - 2026

toelichting

De realisatiefase start vaak met een aanbestedingsprocedure om een / of meerdere aannemers te vinden die ervoor gaat zorgen dat de plannen worden uitgevoerd. De aannemers gaan bouwen. U kunt in deze fase hinder ervaren van de werkzaamheden door omleidingen en /of andere ongemakken van de sloop- en bouwwerkzaamheden.
De realisatiefase resulteert in een Opleveringsbeslissing waarin de aannemer verantwoording afgelegd over de uitvoering van het project.

te verwachten resultaat

Onderhoud & Beheer

Periode: na 2026

toelichting

Op het moment dat de werkzaamheden af zijn gerond is het noodzakelijk om een beheerder te hebben. Een organisatie, die verantwoordelijk is om de opgeleverde werken bruikbaar te houden. Denk daarbij aan sleutelbeheer, schoonmaak, energieverbruik en -besparing, klachten- en storingsafhandelingen.

Contact

Wilt u op de hoogte blijven, of heeft u een idee? Hier kunt u contact met ons opnemen

Opdrachtgevers